MANAGERS KUNNEN GEEN KENNIS OPBOUWEN MAAR ALLEEN NETWERKEN!!
Veel managers pijnigen voortdurend hun hoofd om alle problemen die zich in een organisatie voordoen op te lossen. Ze voeren studies uit; stellen werkgroepen samen, lopen veel binnen bij de leden van de Raad van Bestuur en zijn op die manier druk bezig. Al die maatregelen brengen echter de oplossing van (echte) problemen niet dichterbij, zolang het uitvoerende niveau niet wordt gehoord en in staat wordt gesteld hun visie op de problematiek te geven.
De managers zijn op zoek naar kennis. Aldus Wikipedia is Kennis dat wat geweten en toegepast wordt door de mens, een machine, of door de maatschappij als geheel. Van belang is hier de combinatie van kennis in het hoofd van de mens (dat wat “geweten” wordt) en de toepassing daarvan. Ofwel zonder toepassing is er geen kennis; dan is “kennis” slechts “theorie”. Zowel de wetenschapper als de vakman beschikken over kennis. Echter beiden moeten in staat zijn tot de toepassing van die kennis te komen. “Kennis” moet “bewezen” worden om te worden erkend. Kennis is dus per definitie verbonden aan de uitvoeringspraktijk. Ook in organisaties is dus voor de manager kennis van de uitvoeringspraktijk van essentieel belang. In de “harde praktijk”, dus op de werkvloer, worden de echte contacten onderhouden tussen de klant en het bedrijf. Op hoger niveau in organisaties hebben ze die kennis “alleen van horen zeggen”; of uit een abstract computersysteem, dat net niet de informatie geeft die nodig is. Managers treden per definitie op vanuit hun (hogere) organisatorische positie en staan dus op enige afstand van de uitvoeringspraktijk. Daarom zijn ze niet in staat, uit eigen waarneming, echte kennis op te doen. Dat gegeven valt hun zwaar. Ze zijn immers over het algemeen opgeleid of hebben ervaring opgedaan in een bepaald vakgebied. Toch moeten ze als managers afstand doen van voor hun vakgebied noodzakelijke – aan de uitvoeringspraktijk verbonden - werkwijzen. R. Plasterik bracht dit dilemma treffend onder woorden in de Volkskrant van 9 juli 2004:



Columns




