Een overheid moet verstand hebben van ‘samen leven’

De mensheid als totaal lijkt steeds slimmer te worden. Technologische innovaties vliegen ons letterlijk en figuurlijk om de oren. Daarnaast worden we ons steeds bewuster onderdeel uit te maken van een wereld en samenleving die grenzen stelt aan al te drieste aanpassingen van onze waarden en gebruiken. Uitdaging is dus al die nieuwe dingen te omarmen, zonder dat deze afbreuk doen aan de samenleving als geheel en de wereld waarin we leven.

Maar hoe doe je dat en nog belangrijker wie spreken we aan op het vinden van de juiste balans tussen innovatie en ‘samen leven’?

In algemene zin hebben we daar kennis voor nodig, kennis van de innovatie en kennis van de effecten daarvan op de samenleving. Maar hoe ontstaat kennis? Om dat zichtbaar te maken werd ik geïnspireerd door Matt Might[1], die in zijn illustraties duidelijk maakt dat iedere wetenschapper de grenzen van wat we allemaal weten probeert op te rekken.Dia1

Maar die wetenschapper denkt na over een heel klein specifiek stukje van dat totale kennisveld. Verder betekent het vergroten van de cirkel van kennis nog niet dat wetenschappers er voor zorgen dat we als wereldbevolking, of dichter bij huis, als Nederlanders, slimmer worden. Wanneer we kennisontwikkeling voorstellen als een steeds groter wordend wiel, dan ontwikkelen de wetenschappers de spaken van dat wiel. Door deze metafoor wordt evenwel ook duidelijk dat er met het vergroten van de menselijke kennis ook steeds groter wordende leemtes tussen deze spaken ontstaan. Een beroemd citaat van Goethe is: “Mit dem Wissen wächs der Zweifel”; ofwel met kennis groeit de twijfel. Deze ‘waarheid’ verklaart waarom de wetenschap nooit is uitgeleerd, maar ook waarom er toch steeds weer onverwachte effecten ontstaan bij introductie van nieuwe technologieën en inzichten. Nieuwe kennis in een vakgebied, zoals bijvoorbeeld medische doorbraken, kunnen weer tegenreacties oproepen in andere vakgebieden, bijvoorbeeld op het vlak van ethiek of filosofie.

Wanneer we ons nu vervolgens de vraag stellen wie aanspreekbaar is op de ontwikkeling van kennis stel ik vast dat ieder individu door aanleg, opleiding en ervaring is verbonden aan een gemeenschappelijke kern van vaste waarden zoals taal en normbesef, maar ook aan één of meerdere specifieke kennisgebieden. De één voelt zich aangesproken tot de ontwikkeling van de mens, de ander richt zich juist op technologie. Uiteraard zijn hier nog vele andere wetenschappelijke indelingen te maken. Kern is dat niemand van ons ‘alles’ weet en dat we ons als individuen ergens in dat kennisveld op ons gemak voelen.

Maar wie zorgt er nu voor de kennis van ‘het totaal’? Vroeger meende men nog dat de overheid ‘alles wist’ of in ieder geval alles zou moeten weten. Begrippen als verzorgingsstaat deden toen opgang. Momenteel is echter een begrip als de randvoorwaardenscheppende overheid populair om daarmee aan te geven dat de overheid niet meer verantwoordelijk kan worden gesteld voor alles wat er in een samenleving gebeurt. Effect daarvan is dat in toenemende mate overheidstaken worden afgestoten naar uitvoerende organisaties vanuit de gedachte dat ‘de markt’ beter is toegerust om tegemoet te komen aan de behoeften vanuit de samenleving. Er zijn legio voorbeelden te noemen waaruit blijkt dat deze gedachte niet altijd het beste resultaat oplevert. Burgers blijven daarom aankloppen bij overheden om hun gemeenschappelijke belangen te behartigen, vooral daar waar innovatieve ontwikkelingen de belangen van burgers lijken te schaden. In dit licht meen ik dat het een verantwoordelijkheid is van overheden in het algemeen om zich bezig te houden met ontwikkeling van de eerder geschetste leemtes van kennis, in de zin dat er, namens ‘ons allen’, gewaakt moet worden voor een gebalanceerde ontwikkeling van specifieke kennis waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de ontwikkeling van de wereld en onze samenleving. Een dergelijke rol gaat verder dan die van randvoorwaardenscheppend maar plaatst de overheid in de rol van regisseur van kennisontwikkeling die is gericht op het creëren van meer samenhang in de ‘samen-leving’.  Vanuit die rol kan de overheid niet alles overlaten aan de markt, maar moet ook de overheid keuzes maken in het ondersteunen van kennisgebieden waarmee de onderlinge samenhang wordt versterkt. De overheid als verbindende schakel en kennismakelaar tussen markt en samenleving, dus..

[1] http://www.sciencepalooza.nl/2010/08/promotie-in-plaatjes/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *